Guus Janssen: Vrije Tijd

Volkskrant 14-05-2011, pagina 23 / Muziek **** / Guus Janssen
Vrije Tijd, het nieuwe pianoconcert van Guus Janssen, is een gezond modern werk: goed te volgen en in de heldere, Hollands nuchtere stijl van Janssen. Logisch dat de 60-jarige componist geliefd is en diverse ensembles en concertzalen zijn creaties geregeld op het programma zetten. Het Asko|Schönberg bracht dinsdag Vrije Tijd met Guus Janssen als pianosolist in première.

Het pianoconcert, op verzoek van het Asko|Schönberg gemaakt, is voor Janssens begrippen een relatief serieus werk. De titel verraadt het knipoogje. De componist-pianist staat te boek als een uitstekende improvisator. In Vrije Tijd is er geen ruimte voor spontane invallen, alle noten zijn uitgeschreven. Hiermee beperkt Janssen zichzelf als solist, wat af en toe leidt tot terughoudend spel.

Bijzonder voor een hedendaags gecomponeerd stuk uit 2011: er zit geen elektronica in, maar wel een dominante solopartij – net als in de klassieke of romantische periode. De solopiano stippelt in Vrije Tijd de route uit en geeft de dynamiek en sfeer aan, gevolgd door boeiende invullingen van de instrumentalisten.

Agressieve, abrupte pianoakkoorden veranderen langzaam in volle frases. De strijkers vullen de leegte op met ritmische loopjes; de blazers met langere akkoordliggingen. Door een geraffineerde opbouw stapelt het gevoel van spanning zich in 20 minuten subtiel op. Een opzichte afwisseling tussen onbeschoft knetterend koper dat de piano wegblaast en introverte, superzachte pianotonen, keert twee keer terug. De ontknoping zit ‘m in de ritmes. Het pianoconcert laveert aan het einde tussen dansant opzwepend en relaxt jazzy, alsof twee werelden tegen elkaar aan schuren. Dat is Janssen ten voeten uit en maakt het concert de moeite waard.

Een toepasselijke opwarmer vormde de Kleine Dreigroschenmusik (1929) van Kurt Weill, een suite voor blazers uit Die Dreigroschenoper. Een onderhoudend mengsel van luchtige, stekelige en ernstige muziek die ooit als kritiek op het kapitalisme diende. De combinatie Janssen en Weill stond als een huis en maakte Zeitfluren (2001) van de Oostenrijker HK Gruber overbodig. Hoewel knap gespeeld, kwam het drukke, bijna kermisachtige tweede deel als sluitstuk een tikkeltje drammerig over.

Asko|Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw. Weill, Janssen en Gruber. Concertgebouw Amsterdam, 10/5.